Praten over Indisch zwijgen

Van de week was ik in het filmhuis en zag daar ‘Tussen Wal en Schip’. Een ontroerende documentaire over drie kleinkinderen, die openhartige gesprekken voeren met hun Indische grootouders. Deze twintigers, dertigers onderzoeken daarin de gevolgen voor zichzelf en hun families van kolonisatie, migratie en zwijgen. De getoonde nieuwsgierigheid, kwetsbaarheid en onmacht zijn herkenbaar voor iedereen. Voor Indische mensen zullen daarbij de onderhuidse emoties zeer voelbaar zijn. Ik zag hoe om me heen zakdoekjes uit tassen tevoorschijn werden haalden en tranen werden weggepinkt.

Een kleindochter vraagt hoe het voelde om over vervelende ervaringen te hebben gezwegen. Oma antwoord: ‘ik zeg tegen mezelf: kom, je moet flink zijn, je moet door’. Mij valt op dat Oma verder inhoudelijk eigenlijk niets vertelt over wat ze precies heeft meegemaakt. Maar aan het eind zegt ze: ‘ik vind het fijn om het met jou zo te kunnen hebben bespreken’. Waarmee vooral de wederzijdse betrokkenheid en erkenning worden bevestigd.

Of deze. Opa beschrijft dat het hebben van baboes en personeel ‘destijds heel gewoon was in Indië’. Zijn kleinzoon blikt terug op de geschiedenis en spreekt over ‘eeuwenlange onderdrukking van de inlandse bevolking’. Je ziet dat Opa zich onprettig voelt en zegt dat ie het gevoel heeft zich te moeten verontschuldigen. Ik denk dan: is het wel correct dat we een man als Opa beoordelen volgens de waarden en normen van twee generaties later? Hij was immers enkel ‘kind van zijn tijd’.

Sinds ik Indische generaties samenbreng en ondersteun in gesprekken voeren met elkaar, weet ik hier een weg in. Als Indische senior van de 2e generatie weet ik valkuilen van discussies te omzeilen en pareltjes van verbondenheid de ruimte te geven en te laten fonkelen.

Deel dit bericht .....
Scroll naar boven