Natuurlijk leeft Indie voort in mij…

In 1988 was ik voor de eerste keer in Indonesië, het land waar mijn vader en moeder geboren en getogen zijn. In hun tijd heette het nog Nederlands Indië. En was het een compleet andere samenleving. Maar het land en hoe deze bij mij binnenkwam, bleek onbegrijpelijk vertrouwd. Ik was vijfentwintig, geboren en getogen in Amsterdam West. En ontmoette er voor het eerst mijn familie in Bandung.

Wat mij zo trof in die eerste reis daar, was de zwoele warmte die er in de lucht hangt. Hoe dat klam voelt op mijn huid en in mijn poriën door dringt. De palmbomen, de overweldigende natuur die ik nu voor het eerst met eigen ogen kon zien. De doordringende geuren van kruiden, ik rook kretek voor het eerst. Het ritme van de dag dat zo anders is en helemaal klopt. Vroeg op, en je rustig voortbewegen. De middag, het met liefst een break, en mandie met een paar scheppen water over me heen. De avond en bijbehorende rust valt vroeg. Het raakte me onverwacht diep. Ik leek er organisch in op te gaan. Een diep gevoel van herkenning, ontspanning: een thuis.

Die onverwachte overval aan prikkels van geuren, kleuren, fysieke sensaties heb ik sindsdien vaker gehoord bij Indische mensen die het land van hun (voor-) ouders bezochten. Alsof er onderdelen in je systeem wakker worden gekust. Waarvan je misschien niet eens wist dat je ze in je had. Wanneer je je verdiept in systemische principes en hoe ervaringen onbewust over de generaties wordt doorgegeven, wordt het begrijpelijk. Heel aannemelijk.

Deel dit bericht .....
Scroll naar boven